26 juni 2009 te Rotterdam

Kennispodium ParticipatieTop 2009

Door: Malin Grundel

Op 26 juni vond, na afloop van de Klantendag, de tweede editie van het Kennispodium plaats: De Participatietop, waar spelers op het gebied van maatschappelijk en duurzaam participeren samenkomen en met elkaar in discussie gaan. De stemming zit er al goed in, bezoekers die de Klantendag gemist hebben kunnen alsnog aanschuiven bij de lunch. Na een hapje en een verkoelend drankje zijn we er klaar voor. De Participatietop 2009 kan beginnen!

De Participatietop wordt geopend door Nancy Steutel, Customer Service Manager van ITpreneurs. De zaal krijgt een korte vooruitblik op het middagprogramma. Een middag waarin praktische voorbeelden en handvatten worden aangereikt die direct toepasbaar zijn binnen de verschillende organisaties die aanwezig zijn. Door middel van interactieve en innovatieve werkvormen krijgen bezoekers de gelegenheid om te discussiëren met de overheid, gemeente, aanbieders en opdrachtgevers. Deze middag gaat dus niet alleen over participatie maar vráágt ook om participatie!

Veel verschillen in invulling

De eerste presentatie, van Anton Revenboer (senior manager Ernst & Young Advisory) gaat over de uitvoering van het participatiebeleid. Hij begint met de vraag: Wat ìs maatschappelijk en duurzaam participeren? De zaal doet actief mee en verschillende invalshoeken komen aan bod. Volgens de definitie van het Sociaal en Cultureel Planbureau zijn er vijf voorwaarden voor duurzame participatie: opleiding, taal, culturele identiteit, sociale netwerken en gezondheid. Om duurzaam te kunnen participeren moeten gemeenten belemmeringen voor deze vijf voorwaarden wegnemen. Anderen stellen dat inburgeraars alleen volwaardig kunnen participeren als zij (betaald of onbetaald) werk verrichten. Anton Revenboer legt tevens de nadruk op werk. Economische zelfstandigheid is een belangrijk criterium als het gaat over duurzame participatie. De toehoorders zijn kritisch: “Ik vind het hebben van een baan wel erg kort door de bocht!”. Duurzaam participeren is ook meedoen en meepraten, vanuit je eigen ervaringen en belangen. Want het hebben van werk betekent niet dat de inburgeraar ook participeert op andere vlakken van de maatschappij. De gemeente Amsterdam heeft daarom het project 'Varend inburgeren' opgezet. Inwoners leren door middel van een rondvaarttocht de buurt, de stad en haar inwoners kennen. Inburgeren is dus méér dan werk alleen!

De conclusie luidt dat er veel verschillen zijn tussen gemeenten wat de invulling van maatschappelijk en duurzaam participeren betreft. Tenslotte wordt de definitie ook bepaald door de inburgeraar zelf. Om te kunnen besluiten wanneer een inburgeraar voldoende participeert, is het daarom zinvol om vooraf aan de inburgeringscursus vast te stellen wat alle betrokkenen onder participatie verstaan.

WWI+SZW+OCW

Het gemeentelijk budget van WWI, SZW en OCW wordt binnenkort samengebracht tot één grote pot: het participatiebudget. Het participatiebudget is bedoeld voor inburgeraars, jongeren en ontslagbedreigden. De gemeente kan in de toekomst zelf bepalen hoeveel geld er naar inburgering en educatie gaat. Het participatiebudget maakt brede koppelingen tussen verschillende betrokken instanties mogelijk. Dit leidt tot een meer integrale aanpak.

Ken je klant!

Annelies Spork, projectleider participatie in de gemeente Alkmaar, maakt aan de hand van een voorbeeld duidelijk hoe deze brede koppeling en integrale aanpak er uit kan zien.

In de wijk Overdie in degemeente Alkmaar, wonen veel inburgeringsplichtigen. Om structuur aan te kunnen brengen in alle verschillende betrokken instanties is gekozen voor een wijkgericht participatiebeleid. Alle werkgevers en bewoners kunnen terecht bij hetzelfde loket, het wijkservicebureau. Als aanspreekpunt, dient dit bureau zichtbaar in de wijk aanwezig te zijn. Inburgeraars moeten actief benaderd worden. “Ken je klant”, zijn de behoeften van de inburgeraar bekend? Door vraaggestuurd te werken kan er maatwerk worden geleverd. De organisatiestructuur is niet fysiek zichtbaar maar wel net zo belangrijk. De samenwerking tussen de verschillende betrokken partijen moet gestructureerd zijn. Annelies Spork heeft hier duidelijke ideeën bij en deelt deze enthousiast met haar toehoorders.

Normen, waarden en Balkenende

Vervolgens is het tijd voor de rondetafel debatten. Bezoekers van de Participatietop krijgen hier de gelegenheid over verschillende onderwerpen in discussie te gaan. De onderwerpen die aan bod komen zijn: het participatiebudget, wijkgericht participatiebeleid, verschillen en overeenkomsten tussen verschillende doelgroepen en de invulling van actief burgerschap. Na twee discussieronden volgt er een aantal conclusies. Zo blijken gemeenten een grote vrijheid te hebben in de verdeling van het participatiebudget. De gemeente bepaalt aan de hand van vraag en aanbod welke instanties voor inburgeringsgeld in aanmerking komen. Het besef van een dergelijke marktwerking baart verschillende deelnemers flink zorgen.

In de discussie rondom doelgroepen blijken inburgeringsplichtige vrouwen een problematische groep te vormen. Er is veel onduidelijkheid over de aanpak van vrouwen die aan de start willen maar waarvoor het aanbod stopt omdat ze niet gealfabetiseerd zijn. Sociale activeringsprojecten kunnen deze vrouwen misschien verder helpen. Er is tevens grote onduidelijkheid over de invulling van actief burgerschap. Wat is actief burgerschap en wat is het verschil met participatie? De discussie wijst uit dat actief burgerschap meer is dan participatie alleen omdat het ook bepaalde waarden en normen omvat. Om welke waarden en normen het dan gaat is niet duidelijk. Minister Balkenende wordt daarom verzocht een sluitende definitie te geven!

Sociale Index

De dag wordt afgesloten met twee panelsessies. In de grote zaal leidt Corrine Oudijk, projectmanager gemeente Rotterdam, een discussie over sociale participatie. Sinds 2008 rapporteert de gemeente Rotterdam een Sociale Index (SI). De SI is een meting/onderzoek onder bewoners met als doel het sociale klimaat van de stad in kaart te brengen. Twee stellingen worden voorgelegd aan het panel, bestaande uit Aafke Klomps (Stichting OK), Vincent Kokke (Stichting Meander), en Arjan Verwoerd (Stichting Welzijn Feijenoord).

De reacties van zowel panelleden als overige aanwezigen op de stelling Sociale activering in een wijk kan alleen met behulp van een SI-instrument wijzen in grotendeel in dezelfde richting. De conclusie luidt dat de SI als hulpmiddel of analyse-instrument kan dienen en aanknopingspunten voor verbetering aan het licht kan brengen. De SI moet echter niet als sturend middel worden gebruikt. De SI wordt namelijk op wijkniveau gerapporteerd en elke wijk hanteert zijn eigen SI. Met deze verschillen wordt in de SI geen rekening gehouden.

Op de tweede stelling De Sociale Index zegt niets over inspanningen van betrokken organisaties zoals GGZ e.d. wordt wederom eensgezind gereageerd. Alle aanwezigen zijn het met de stelling eens. Inspanningen van betrokken organisaties hebben op individueel niveau wel vaak effect maar deze kleine effecten vallen weg in de massa van de SI. Ook hier geldt daarom dat de SI als analyse-instrument kan worden gebruikt maar niet als instrument om de effecten van inspanningen te meten.

Drempels in etnisch ondernemerschap

Tegelijkertijd vindt in de kleine zaal een tweede sessie plaats over participatie en werk, onder begeleiding van Ellen Schuurink, Research & Development Manager bij ITpreneurs. De panelleden: Andrew Alihusain (ITpreneurs), Turan Yazir (Kamer van Koophandel), Ayla Tetik (UWV Werkbedrijf) en Vincent Keesmaat (Regionaal Bureau Onderwijs) mogen hun licht laten schijnen op etnisch ondernemerschap en de participatieladder.

De stelling Succesvol etnisch ondernemen kan alleen slagen indien sommige drempels worden weggenomen leidt tot onenigheid tussen panelleden en andere aanwezigen. De discussie gaat over welke drempels er aanwezig kunnen zijn en welke weg moeten worden genomen. Panellid Andrew Alihusain wijst op culturele verschillen in wet- en regelgeving tussen Nederland en het thuisland van etnische ondernemers. In Nederland gelden bepaalde regels rondom openingstijden, hygiëne en kinderarbeid. Om kennis te kunnen nemen van deze wet- en regelgeving dient de ondernemer de Nederlandse taal voldoende te beheersen. De taalbarrière is daarom een belangrijk knelpunt. Vincent Keesmaat sluit zich hier volledig bij aan. Ayla Tetik vindt dat we in Nederland meer moeten kijken naar de kwaliteiten van etnische ondernemers en culturele verschillen juist moeten erkennen en waarderen. Turan Yazir benadrukt dat taalbarrières en cultuurverschillen toch wel degelijk drempels kunnen opwerpen. Uiteindelijk zijn de meeste aanwezigen het er over eens: het voldoende beheersen van de Nederlandse taal is een eerste stap tot succesvol ondernemen.

De stelling Een betaalde baan is het hoogste doel verwijst naar de hoogste trede van de participatieladder, namelijk arbeidsparticipatie. “Dat is afhankelijk van het profiel van de inburgeraar”, aldus Andrew Alihussain. Ayla Tetik zegt: “Dat is afhankelijk van wie het doel stelt, het hoogst haalbaar voor wie? Voor de sociale dienst en het UWV wel ja!”.

Vincent Keesmaat laat weten dat taalniveau ook omhoog kan gaan door het hebben van werk. Werk draagt in die zin positief bij aan de ontwikkeling van inburgeraars op andere fronten. Vervolgens verschuift de discussie naar 'de ladder' als meetlat van participatie. Niet alleen werk maar ook sociale participatie moet worden meegewogen als het hoogst haalbare doel. Annelies Spork verdedigt de participatieladder: “De ladder is vooral bedoeld om weer te geven dat er klein stapjes nodig zijn om totaal te participeren, vandaar de treden.” Het panel geeft aan dat inburgeraars niet altijd kleine stapjes doorlopen. “Je kunt ook in de kas werken zonder de Nederlandse taal te spreken, op die manier sla je een flink aantal treden over.” Een betaalde baan is dus niet voor iedereen het hoogste doel en de participatieladder als meetlat roept veel discussie op.

De Participatietop wordt afgerond door Nancy Steutel. De deelnemers halen enigszins opgelucht adem: het was een erg lange en erg warme dag. Maar we gaan voldaan naar huis met genoeg stof om over na te denken en door te praten!